foto's

Alfredo Kraus zingt "Je crois entendre encore"

Uit de opera Les Pêcheurs de Perles

Les Pêcheurs de Perles,

deel van de tekst voorgelezen

 

Een verhaal uit de oude doos

 

Edams Mannenkoor ter Concourse te Laren in juli 1926

 

Mijn eerste Concours met Excelsior.

 

Vertrokken van het Heerenlogement 's morgens omstreeks half negen, uitgeleide gedaan door vele stadgenoten. Per Autobus, een heel modern vervoermiddel in die tijd.

En daar vertrokken wij dan, 2 volgeladen bussen ja ja, geen kleinigheid. Ons bestuur Kluit, de Jong, Bant, Gons, Rijswijk en de Verhagens gekleed in stemmig zwart met zoo 'n zwart dwars strikje of te wel pleewurveltje op een hagelwit overhemd.

De meeste bestuursleden hadden een gelegenheidcostuum aan, bestaande uit een gestreepte pantalon plus een zwart laken sjaket. Want het voorschrift was dat de Voorzitters en Secretarissen ten gemeentehuize door B en W plus jury werden ontvangen bij een wijntje en een sigaar. Dat was dat, iedereen had een tas of pakje brood mee, belegen of soms niet, allemaal goed voorzien en ruim voldoende. Onderling werd wel geruild want wie wat beter in zijn slappe was zat had krentenbrood of tulband mee en het was één goederen gemeen, een echte vriendenschaar.

Hotsende en wippende op Monnickendam aan want de wegen waren toen nog niet geasfalteerd, de sluis over en door de stad waar velen opkeken naar de bussen met vrolijke Edammers, je moest in die dagen door de stad, want de E 10 moest nog gebouwd worden. Richting Broek, vlak langs de Broekervaart, wel even eng, maar ja alles went. De brug van Broek, de brugwachter een parmantig oud baasje fel tot en met, haalde de bommel neer en hó niet verder. Daar stonden we. Na bijna een halfuur oponthoud met behulp van een rijksveldwachter mochten we dan passeren. Wat ook niet zoo gemakkelijk ging, want die brug lag bijna haaks over het water. Na veel gescharrel met voor en achteruit ging het over de brug waar aan de overkant o noodlot de Tram uit Amsterdam net de Broekermeer uitkwam en pal voor de brug zijn laatste weg omzette. Dan sta je op de gammele brug met een volle bus met mensen, je kunt nergens heen want aan beide kanten is niet meer dan 15 centimeter. Maar aan alle ellende kwam een eind. De Tram vertrok en wij weer verder langs het water op Schouw aan richting Buiksloot langs het Noord-HoIlands kanaal.

Dan de bocht door de Buiksloterdijk op en maar turen in de verkeersspiegel, weer zoo 'n haakse bocht de waterkeringsbrug over langs het kanaal op de Tolhuispont aan. Nou de pont op, de kettingpont die zich via een ketting naar de overkant trok. Eén bus er op in de midden van de pont voor de stabiliteit en aan de overkant wachten op de andere bus en voort maar weer op weg naar Laren. Amsterdam doorgeworsteld, geen van beide chauffeurs wist de weg, afijn, na veel gerommel de Muiderstraatweg. Een nieuwe wereld gaat voor je open want de meeste van ons kwamen niet verder dan de jodenhoek, Amstelveld en de Nieuwedijk. Wie was er van ons gemotoriseerd of had er in een Auto gereden. Kluit, de jong en van Zanen hadden een stoomfiets, zoo noemde men een motorfiets en dat was het koopie al.

De Muiderstraatweg de naar ’t Gooi propvol met fietsers en wat Auto smal, met op zoo 'n halve meter de beruchte Gooise stoomtram, wolken rook en roet uit- brakend onder een hels gefluit en gebel, de wereld op z'n end. Wat een dag, wat een dag, maar alles went, hier en daar werd een broodje gegeten, een hard gekookt eitje gepeld, we waren echt een dagje uit. Muiden tolhek betalen, een kwartje per bus, 2 cent per persoon en tellen in de bus, geen één ontsnapte aan de tolbaas. De straatjes door gekronkeld op Naarden aan, ja Naarden, een oud vestingstadje, toch zeer interessant zoo met de oude muren en verdedigingswallen, smalle straatjes net als Edam, daar door geworsteld en op Laren aan, onderweg even gestopt bij een sanatorium waar onze oud Directeur Z. van Essen werd verpleegd en dan waren we er.

Laren, klein Goois dorpje om de Brink gebouwd, reuze gezellig met een geroezemoes van deelnemend koorleden, een evenement dat ik voor het eerst meemaakte. Na ons wat verfrist te hebben de concoursnummers even doornemen en op naar het Concours terrein. Daar sta je dan, zo 'n paar duizend mensen, zangers en zangliefhebbers in bonte verscheidenheid, de koren met hun vaandels sommige zwaar behangen met kransen, takken en medailles, getuigende van reeds eerder gewonnen tropheën. Zeer mooie zang van groote en kleine koren, daverende toejuichingen bij het vernemen van de uitslagen, hossende en zingende zangers met hun Dirigent op de schouders, grandioos zoo 'n zangfestival. Even nog vermeld een klein incident. Er kwam een mannenkoor uit Limburg op de tent, zeker jongens van de vlakte, die hadden al een aardig borreltje op. De dirigent hield zijn flambard op, dat was al fout, ook zoo de vaandeldrager. De inzet vreeselijk ongelijk en vals, de jury belde ze direct af en ze konden vertrekken dat was voor hun het einde van de pret.

Nu tenslotte wij, Excelsior. Cor Kroes toen nog geen lid stond keurig met ons vaandel voorop de tent. Daar gingen wij met "de Dorpsklok', naar mijn mening toen prima vertolkt. Dat gaf ons moed voor het vrije nummer, "Op 't Kerkhof' van de Vliegh. Ook dat werd zeer behoorlijk gezongen. En nu maar wachten op de uitspraak der jury. Tot onze vreugde bleek dat wij een eerste prijs hadden behaald met 3 l 7 punten. Dat gaf gejuich en hossen met als middelpunt onze Directeur, de heer J. van Essen. Dat was dat. Verders hebben wij nog een zeer mooie dag gehad, met een kopje koffie, een broodje, een biertje en een borreltje hebben wij de ons nog resterende uurtjes in Laren en omgeving doorgebracht. De terugreis verliep onder luid gezang met af en toe een mop van één van de leden, uiterst gezellig. Zoo kwamen wij omstreeks middernacht weer in Edam aan waar bij aankomst menig Edammer wakker werd van onze strijdkreet "we hebben de Eerste prijs gewonnen " en “Excelsior zal bloeien en nooit vergaan" Die laatste leuzen liggen mij na aan het hart, aan u Leden van Excelsior om deze waar te maken en te houden.

G. Munnik.